Ze komt de brandtrap opgelopen en kijkt omhoog. ‘Hiya, how are you?’ ze glimlacht en antwoordt met een zwaar accent. Ik stel me netjes voor en ze herhaalt m’n naam terwijl ze me aankijkt met die bekende blik. Aardige uitspraak voor een buitenlandse. Ik merk nog niks van de door anderen voorspelde eigenwijsheid of arrogantie en wijs haar de kleedkamers. De typisch Amerikaanse vriendelijkheid ligt er dik bovenop, maar het lijkt zowaar gemeend wanneer ze me bedankt voor de ontvangst.Ik sta aan de zijkant van het podium en realiseer me dat ik bevoorrecht ben als ik naar de overvolle zaal kijk. Ik had net zo goed vooraan kunnen staan op een andere locatie bij deze artiest. Nu doe ik gewoon m’n werk. Toch geniet ik van die paar nummers die ik meekrijg en de manier waarop ze opgaat in d’r nummers is indrukwekkend.
Ze zijn de laatste twee die vertrekken. Met hun armen om elkaar heengeslagen lopen ze naar de achteruitgang waar ik wacht om ze gedag te zeggen. Het is nu of nooit en ik vraag het. Ze staat voor me stil en pakt m’n schouders vast. Minutenlang staan we te praten over dat ene. Ze neemt me bij de arm en we lopen naar buiten. Bij de auto wijst ze plotseling naar de volle maan. ‘Do you see them as well? There, the two of them smiling down at us’ en ik knik glimlachend met tranen in m’n ogen. Ze slaat d’r arm om m’n nek en we zeggen gedag. Artiesten zijn ook mensen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten